Familie Album

Rijk Kouwenhoven is een neef van mijn vader. Ik heb Rijk vooral via het internet leren kennen. Via vele e-mails heb ik ondertussen al heel veel informatie gekregen van Rijk over de familie Bomars en over de familie Kooijman waar de familie ook mee verbonden is. Ik heb het genoegen gehad om Rijk nog samen met Letty te mogen ontmoeten. Nu kan ik u met trots zijn verhaal laten lezen want Rijk kan echt hele fijne brieven(e-mails) sturen en ik vind zijn verhaal dan ook heerlijk om te lezen. 

Bijzonder!

Zo sta ik op twee manieren tegenover het verzoek van Ilse om een bijdrage te leveren aan “Een mooi gezicht” om iets te vertellen, dat verband houdt met  de uitgebreide families Kooyman en Van den Ancker.

Mijn eerste overweging hierbij is, dat ik wel  een raakvlak heb met mensen, die  de familienaam Van den Ancker dragen, maar dat deze betrokkenheid ergens ver weg in de familie tot uiting komt en mijn 2e punt is dat ik nu zeker qua mijn leeftijd niet de ideale persoon ben om onder “mooi gezicht” iets op papier te zetten.

Maar ik heb bewondering voor het werk, dat Ilse allemaal doet om geschiedenis van diverse families na te gaan en daarom wil ik best wel proberen om een paar bijzonderheden te vermelden.

Mijn ouders zijn Adrianus Johannes Kouwenhoven en Johanna Petronella Bomars . Zij trouwden op 9 november 1926 in de R.K. kerk in Ouderkerk. Ik werd op 24 juli 1929  als tweede kind in hun gezin in de Watergraafsmeer geboren. De achternaam Bomars van mijn moeder is dus  de link, waarom Ilse mij verzocht om iets over ons te vertellen. Zij was een dochter van Rijk Bomars en Elizabeth Smit, die in Ouderkerk een boerenbedrijf hadden en waar wij vaak naar toe gingen. Ik prijs mij gelukkig nog de bovenstaande foto te bezitten waar bovendien mijn vader en ik zichtbaar zijn op een kermis in Duivendrecht in het begin van de dertiger jaren samen met Rijk en Elizabeth.

Het gezin

Mijn ouders waren alle twee in Ouderkerk geboren en besloten om in 1926 een melkzaak in de Watergraafsmeer in Amsterdam over te nemen. Die zaak bestond toen nog maar  kort, maar de  toenmalige eigenaar en zijn gezin  voelden zich in de stad niet happy en keerden snel terug naar hun oorspronkelijke woonplaats op het platteland. De trouwfoto van onze ouders hoort uiteraard bij dit overzicht.

Tot 1958 hebben mijn ouders daar hun zaak gehad, die inmiddels leuk was uitgebouwd en waarvan sommige klanten tot zelfs in Zuid woonden, hetgeen de bezorging niet eenvoudig maakte. Alles ging in die tijd immers nog gewoon met fiets, transportfiets en bakfiets.

Na mij werden er in ons fijne gezin nog 6 kinderen geboren n.l. Rie, Bep, Piet, Nico, Martin en Joke. Vooral Piet en Nico hebben in de loop van de tijd in belangrijke mate bijgedragen aan de uitbreiding van de zaak. Maar ook de anderen kregen meestal toch wel meer of minder bepaalde taken in de winkel en in huis te doen, want uiteindelijk moest er worden aangepakt. Niets bijzonders in zo’n gezin en wij hebben daar geen van allen onder geleden. Zo concluderen wij ook nu nog wel!.

 

Adrianus Johannes Kouwenhoven & Johanna Petronella Bomars

De bakfiets, waarvan hierboven
sprake is, werd, toen wij klein
waren, regelmatig door mijn vader
aangewend om daar een aantal
kinderen in te zetten en zo
regelmatig op familiebezoek in
Ouderkerk te gaan. Wij waren
onze tijd dus ver vooruit, want
tegenwoordig wordt de bakfiets
immers ook weer als
kindervervoermiddel gebruikt.

 

Helaas overleed mijn oudere broertje toen ik nog maar net geboren was en vele jaren later was het overlijden van onze jongste zus, Joke, ontzettend ingrijpend.

Onze jeugd heeft zich vooral afgespeeld in de Watergraafsmeer. Daar naar  school en naar de kerk, want die stond toen nog  centraal in de maatschappij en zeker ook in ons gezin. Heel veel jaren was ik in de Martelaren van Gorcum kerk misdienaar en acoliet.

Onze fijne jeugd in “De Meer” is nog altijd een geliefd onderwerp van gesprek  omdat wij met plezier aan die tijd kunnen terug denken.

Na de Lagere school heb ik de vierjarige MULO in de Indische buurt doorlopen, waarbij de oorlogsomstandigheden toch af en toe wel reden tot verzuim en tot aanpassing van de examenvakken zijn geweest.

Trouwens, die oorlogsjaren hebben ook op ons gezin invloed gehad. Al was het alleen maar, dat op hemelsbreed 300 m. afstand op een groot terrein  11 stukken geschut van de Duitsers stonden, die in actie kwamen als Engelse vliegers over vlogen. Het huis trilde dan  van de zware ontploffingen en bij donker weer zag je de zoeklichten in de lucht flitsen om deze vliegtuigen in het vizier te krijgen en ze neer te halen .Deze foto werd in 1951 van ons gezin gemaakt, toen ook Joke er nog bij was.

Familie Kouwenhoven 1951

Werk en Ontspanning

Ik voetbalde bij “De Meer”, was daar bij lange na geen Johan Cruijff, en ben daar na mijn militaire dienst nog veel jaren met veel plezier  jeugdleider geweest. Het was nog de tijd, dat de jongens, bij een uitwedstrijd, allemaal op de fiets naar een centraal punt kwamen, meestal “Jamin” in de Linnaeusstraat, en dat wij dan met elkaar naar de clubs fietsten, die zich verspreid over de stad bevonden. Auto’s waren er immers nog bijna niet. Alleen als wij richting Uithoorn moesten, zetten wij onze fietsen neer bij het Haarlemmermeer station en reden vandaar met het  nog van vroeger  bekende treintje naar de clubs van bestemming.

Mijn werk heeft zich voornamelijk in de overheidssfeer afgespeeld. Eerst nog bij het Rijk bij de Motorrijtuigenbelasting in het Oost-Indisch Huis. Het was nog in de tijd, dat iedere houder van een motorvoertuig een eerste aangifte moest komen invullen en dat bij elk begin van een maand of kwartaal lange rijen mensen naar ons kantoor kwamen om hun belastingkaart af te halen. Het overmaken van geld stond toen immers nog in de kinderschoenen. Na mijn diensttijd,met daarin nog  korte tijd in Indië, stapte ik over naar de Gemeente Amsterdam en werkte bij  diverse Diensten voornamelijk in de personeelssfeer. Dat was o.a. ook het geval bij de Hoofdafdeling Beplantingen van de Dienst Publieke Werken , waar ik als afsluiting 31 jaar heb gewerkt. Veelvuldige contacten met het personeel maar zeker ook die met het Amsterdamse publiek hebben voor mij aan dit werk een interessante maar vooral heel fijne inhoud gegeven. Het kantoor was gevestigd op het terrein van het landgoed “Frankendael’in de Watergraafsmeer, waardoor de band met mijn jeugdomgeving nog meer werd verstevigd.

Settelen

Ik trouwde op 20 augustus 1959 met een collega, Letty Eijkelboom, die al bij de Stadsdrukkerij werkte. Het was het begin van een vooral heel fijne en intense tijd, waaraan door haar plotselinge overlijden op 9 augustus 2015 helaas zeer abrupt een einde kwam.
Zij was een verwoed tennisster. Fietste  van Amsterdam-Noord, waar zij haar jeugd doorbracht, naar de tennisvelden in Amstelveen. Dat tennissen heeft zij nog tot voor maar een paar jaar geleden volgehouden, waarbij haar leeftijd zeker geen hinderpaal bleek om haar sport met veel inzet te beoefenen.

Wij hebben één zoon en die woont al heel veel  jaren in Frankrijk. Die afstand is zeker geen hinderpaal voor hem om zeer regelmatig de stad van zijn jeugd, Weesp,  te bezoeken en u begrijpt dat Letty en ik heel wat fijne vakanties bij hem hebben doorgebracht. Heerlijk ontspannen, zoals uit  bijgaande foto spreekt.

Rijk en Letty Kouwenhoven

Inderdaad, Weesp, daar konden wij bij ons trouwen een woning kopen omdat de Gemeente Amsterdam in die tijd niet voor woningen zorgde. Soms betitel ik mezelf wel eens als “displaced person” uit Amsterdam omdat men toen onze leeftijdsgroep, ondanks lidmaatschap van Woningbouwverenigingen, aan haar  lot overliet.

Ook Letty is de eerste jaren van haar huwelijk nog bij de Gemeente Amsterdam blijven werken. Het wekt  zelfs nu nog mijn lachlust op als ik er aan denk dat wij indertijd als werknemers van de Gemeente Amsterdam een “Vergunning Buiten Wonen” moesten aanvragen om in Weesp te mogen wonen. Zo’n vergunning was maar een paar jaar geldig en moest dus steeds opnieuw worden aangevraagd.

Desalniettemin, Weesp is een prima plaats om te wonen. Het is nog een stad met een hart van oude huizen en gezellige straatjes. Als scheidsrechter-rapporteur raakte ik ook weer een beetje bij de voetbalsport betrokken en na mijn pensionering was ik  nog een aantal  jaren ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Tot aan de concentratie van de Waterschappen in 1979 was ik een tiental jaren  secretaris-penningmeester van enkele polders in de omgeving van Weesp. Heel veel steun heb ik in die tijd van Letty gehad omdat het gebruik van computers toen nog in de kinderschoenen stond. Alles moest nog gewoon op een typemachine worden getypt of met de hand uitgeschreven.

Natuur in zijn algemeenheid en bloemen en planten  hebben altijd mijn bijzondere interesse gehad en wat ons gezin betreft, hebben honden daarin altijd een zeer vooraanstaande plaats ingenomen. Zij waren eens te meer een reden om met elkaar de natuur in te trekken en zeker ook de vakanties op af te stemmen. De vele vakanties op een afgelegen boerderij in Koekange staan nog in ons geheugen gegrift.
De honden, steeds  Belgische Herders, waren voor mij  ook aanleiding om mij in de africhting te verdiepen en vanuit die achtergrond heb ik , met zeer veel plezier, gedurende 27 jaar deel mogen uitmaken van het Afdelingsbestuur van de Afdeling Noord-Holland van de landelijke K.N.P.V.

Het “ buiten”, het “ vrij” willen zijn,  zit ongetwijfeld in de genen door de afkomst via mijn ouders. Ik vind het nog steeds een voorrecht, dat ik als jongen uit de stad  ook bij enkele ooms en tantes op hun boerderij kon zijn. Dat was bij Ome Gerrit van den Ancker, getrouwd met tante Pie Bomars en Ome Piet van den Ancker, getrouwd met tante Anna Bomars, zusters van mijn moeder dus. Vooral op de boerderij van Ome Piet was ik, door de geringe afstand vanuit Amsterdam, zeer regelmatig. Als Ome Piet mij vroeg om de koeien  “boven uit het land” te halen, was ik trots als een pauw.
Trouwens, over hen gesproken, ik ben niet de enige uit ons gezin, die terugdenkt aan de heerlijke sneden vers gebakken wittebrood van Tante Anna, die met  witte suiker voor ons toen een verrukkelijke traktatie zijn geweest.

Broers en Zussen Kouwenhoven
Bij de 100 jarige herinnering aan de 
geboorte van onze ouders in 1901 
hebben wij met elkaar nog weer eens 
door de Watergraafsmeer gelopen. 
Op deze foto staan wij, ieder met 
eigen herinnering, voor de toen nog 
genoemde Bewaarschool op het Linnaeushof.

Ik hoop d.m.v. het bovenstaande  een beetje te hebben toegelicht, dat er bij ons een vanzelfsprekende  betrokkenheid bestaat voor ieder, die de naam Bomars draagt, maar dat dit ook in grote mate het geval is bij het horen van de naam Van den Ancker.

Dragers van deze  namen  hebben immers deel uitgemaakt van onze, inmiddels al lang vervlogen, maar niettemin fijne jeugd.

 

Was getekend: Rijk Kouwenhoven